In de streek wordt al van oudsher wijn gemaakt, die in de middeleeuwen in heel Spanje werd gesmaakt. Later werd die zelfs met de Spaanse vloot naar overzeese gebieden verscheept. En op het einde van de achttiende eeuw vond de wijn ook zijn weg naar andere Europese landen, waar de druifluis Phylloxera de wijngaarden had geteisterd en grotendeels verwoest.

Hete zomers, koude winters

In Numanthia – zo wil het de legende – botsten de Romeinse legioenen tijdens hun veroveringstocht in het jaar 134 op een hardnekkige weerstand van de inwoners. Ze sneuvelden liever dan zich aan de invallers, onder de leiding van Scipio, over te geven. Diezelfde Spartaanse vastberadenheid lijkt op de wijnranken van het wijndomein Numanthia te zijn overgegaan.

De druiven (Tinta de Toro) overleven in een extreem klimaat van hete zomers (met tot 20°C verschil tussen dag en nacht) en koude winters. Met een gemiddelde neerslag van 350 to 400 mm per jaar is het gebied bovendien erg droog, schier tegen de grens aan van wat voor wijngaarden zonder irrigatie draaglijk is.

Harmonieuze complexiteit

De wortels van de planten zoeken gretig door de zandige bovengrond naar water en voedsel in de onderliggende vochtigere kleilagen, tot wel vijf meter diep. Dankzij het specifieke bodemtype en de warme zomers komen de druiven tot volle rijping en vertonen ze een hoge concentratie en harmonieuze complexiteit van fruitige aroma’s.

De extreme omstandigheden waarin de planten groeien en gedijen, zorgen voor de bijzondere kwaliteit en de complexe expressie van de druiven en de wijn. Het lijkt wel of de planten zich ervan bewust zijn dat ze telkens opnieuw hun uiterste best moeten doen om de unieke concentratie en expressie op te leveren waarvoor de wijnen van Numanthia zo gegeerd zijn. En dat doen ze al vele jaren, sommige al langer dan een eeuw. Dat ze al die tijd aan de druifluis Phylloxera konden weerstaan is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk.

De smaak van het vak

Het domein Numanthia, opgericht in 1998, telt circa 50 hectare zuidelijk of zuidwestelijk georiënteerde wijngaarden tussen Valdefinjas en Toro. Daarvan zijn 20 hectare beplant met druivenplanten van tussen de 70 en 100 jaar oud. Op een ander bijzonder lot van bijna 5 hectare, in Argujillo, zijn ze meer dan 120 jaar oud.

Numanthia oogst amper 2000 tot 3000 kg druiven per hectare met circa 1100 druivenplanten per hectare, ongeveer één om de drie meter in beide richtingen. Die lage opbrengst hangt samen met het droge klimaat in de streek.

De oogst wordt aangevuld met druiven uit wijngaarden van traditionele lokale telers met planten van tenminste 50 jaar oud. Vlakbij ligt nog een bijzonder lot met erg oude exemplaren. De eigenaar weet dat het wijnhuis zijn wijngaard graag zou aanschaffen, maar kan er (nog) niet van scheiden. De bodega heeft daar alle begrip voor en prijst zich gelukkig dat het de prachtige druiven kan kopen.

De stiel van het wijnmaken

Bij Numanthia komt er aan het wijnmaken nog wel wat ambachtelijk werk te pas. Alleen zo bereiken ze er de typische fruitsmaak en geconcentreerde complexiteit van de wijnen. De druif Tinta de Toro (Tempranillo voor de vrienden) groeit in redelijk grote trossen, maar de vruchten zijn klein en diepdonker van kleur met voldoende tannine voor de structuur van de wijn. Het wijnhuis brengt naast de wijnen Termes en Termanthia ook de wijn Numanthia op de markt. De naam van die laatste, en zijn kracht, intensiteit en evenwicht vormen de signatuur van het hele wijndomein.