De geschiedenis van het champagnehuis Laurent-Perrier is begonnen bij André-Michel Pierlot, een voormalige kuiper en bottelaar uit Chigny-les-Roses in de buurt van Reims. Hij vestigde zich in 1812 in Tours-sur-Marne als handelaar (négociant) van champagnewijnen. Een eenvoudige stap die zou leiden tot de uitbouw van een indrukwekkend champagne-imperium.

De zoon van André-Michel Pierlot, Alphonse, volgde zijn vader op, maar had zelf geen erfgenamen. Hij liet de handel in champagnewijn in 1881 na aan zijn gewaardeerde keldermeester Eugène Laurent, die de fundamenten legde voor de uitbouw van het champagnehuis. Hij gebruikte druiven van wijngaarden uit Bouzy, Tours-sur-Marne en Ambonnay­ – rond die tijd was het huis bekend om zijn stille wijnen. Ook liet hij 800 meter koele kelderruimte graven, intussen fors uitgebreid tot vele kilometers.

Zo verankerde Eugène Laurent het huis Laurent-Perrier in Tours-sur-Marne, een dorpje op het kruispunt van drie voorname gebieden in de champagnestreek: Montagne de Reims, Vallée de la Marne en Côte des Blancs.”

De pluk

Weduwe Mathilde

Nadat Eugène Laurent in 1887 bij een ongeval om het leven was gekomen, zette zijn weduwe Mathilde Emilie Perrier de zaak verder. Ze was toen 35 en wijzigde de naam van het bedrijf in Veuve Laurent-Perrier. Of ze voordien nauw bij de business was betrokken is niet bekend.

Mathilde Emilie ontpopte zich dankzij haar sterke persoonlijkheid en integere aanpak in elk geval als een bedrijfsleidster van formaat. Ze hield de financiële kant van de zaak scherp in het oog en leidde het bedrijf door de aartsmoeilijke periode van de Eerste Wereldoorlog. Het partnerschap in 1920 met Sir Alexander Fletcher Keith McKenzie voor investeringen in de Britse markt, luidde de internationalisering van het merk Laurent-Perrier in.

Familie de Nonancourt

Vijf jaar later, in 1925, volgde Eugénie-Hortense Laurent haar moeder op. Maar ze kreeg het tijdens het interbellum economisch bijzonder hard te verduren. Vanaf hier verschijnt de familie de Nonancourt op het toneel. Geteisterd door de zich opstapelende schulden verkocht Eugénie-Hortense Laurent het bedrijf in 1939 aan Marie-Louise de Nonancourt, geboren Lanson en tijdens de Eerste Wereldoorlog weduwe geworden. Ze wendde voor de aankoop, tegen de zin van haar familie, haar laatste centen aan. Omdat ze haar kinderen, waaronder Bernard de Nonancourt, een toekomst wilde bieden. Tijdens het geweld van de Tweede Wereldoorlog, amper enkele jaren later, metselde de pientere dame de voorraad flessen weg achter muren in de kelders.

Haar zoon Maurice was voorbestemd om na de oorlog de zaak te runnen. Helaas werd hij als Frans verzetstrijder gedeporteerd en keerde hij niet terug. In 1945 begon zijn jongere broer en zelf ook gewezen verzetstrijder Bernard de Nonancourt op uitdrukkelijk verzoek van zijn moeder het vak te leren. Onder meer bij zijn grootvader Lanson, zowel in de wijngaarden, de kelders als de kantoren. Het devies van zijn moeder luidde dat ‘als je geen werkman bent geweest, je nooit een goede baas kon worden’. Bernard de Nonancourt ontwikkelde een passie voor champagne en leerde uiterst snel.

Fles
Zussen

Om zijn medewerkers doeltreffend te kunnen leiden en motiveren, voerde hij elke job die bij een champagnehuis hoort ook zelf uit. En hij smeedde met de wijnbouwers, van wie hij druiven kocht, een menselijke band.

Bernard de Nonancourt streefde van meet af aan naar een fijne, frisse en elegante champagne. Hij koos resoluut voor de chardonnay-druif in plaats van alleen de gebruikelijke pinot noir. Samen met zijn eerste Chef de Cave Edouard Leclerc en diens opvolger Alain Terrier ontwikkelde hij de Grand Siècle (1959) de Cuvée Rosé (1968) en de Laurent-Perrier Ultra Brut (1981). Die laatste was al eerder onder de naam ‘Laurent-Perrier sans sucre’ door Mathilde Emilie Perrier gemaakt. Ze mikte daarmee op de markt over het Kanaal, maar geleidelijk geraakte die visie weer uit de mode.

In oktober 1948 – hij was toen 28 – werd Bernard de Nonancourt voorzitter van de raad van bestuur en CEO van het bedrijf. Op dat moment stelde Laurent-Perrier twintig mensen te werk en produceerde het amper 80.000 flessen champagne.” Maar in 1964 rondde het bedrijf de kaap van één miljoen flessen en intussen is Laurent-Perrier een van ’s werelds grootste producenten van champagne.

Dochters van hun vader

Geen twijfel mogelijk, Bernard de Nonancourt zette Laurent-Perrier definitief op de kaart als een internationaal gewaardeerde producent van een reeks wereldwijd fel gesmaakte, elegante en frisse champagnewijnen. Vandaag de dag worden ze in bijna 150 landen verdeeld.

Bernard de Nonancourt drukte tot zijn overlijden in 2010 – hij werd negentig – zijn stempel op het huis en creëerde de typische stijl van onze champagne. Zijn dochters Alexandra Pereyre de Nonancourt en Stéphanie Meneux de Nonancourt zetten zijn werk voort. Net zoals hun vader vinden ze dat champagne niet mag intimideren. Eenmaal op de markt is de champagne klaar om ervan te genieten. Maar je kunt ook enkele flessen wat ouder laten worden.